Onredelijk
Wandelende hormonenvaten, zo noemde ik zwangere vrouwen vroeger altijd. Zoveel hormonen én een kind in één lichaam kon nooit goed zijn voor je mentale gesteldheid, redeneerde ik. En voor één keer in mijn leven zat ik er niet ver vanaf. Want nu ik zelf zwanger ben, kan ik maar één ding concluderen: af en toe is er geen land met mij te bezeilen.
Nu niet meteen denken dat ik hele serviezen kapot sla op de vloer (vandalisme laat ik aan hooligans over), de postbode stijf vloek (daar glimlacht ze te aardig voor) of de katten om de vijf minuten op de kop geef ( ik pas wel op – niets zo erg als wraakzuchtige plassende Bengaalse katten).
Maar ik ben op andere manieren behoorlijk onredelijk. Zo moest ik met vier maanden al per se een kinderwagen, een wieg en een commode aanschaffen, was ik al bezig met het uitzoeken van geboortekaartjes en begon ik ook al in een vroeg stadium van de zwangerschap enorm moeilijk te doen over de naam van de muppet.
Dat ging mij namelijk ook niet snel genoeg. ‘We hebben toch nog genoeg tijd?’ riep vriendlief eerst nog. Al pakte hij wel snel het Grote Namen Boek erbij om een aantal namen te noteren toen hij mijn verstoorde gezicht zag.
Ik. Had. Mijn. Lijstje. Al. Lang. Klaar.
Vriendlief na een paar uur ook. Samen met mijn lijstje kwamen we op een totaal van zestig – zestig! – namen. ‘We kunnen iedere dag wel twee namen afstrepen,’ begon vriendlief nog. Had hij beter niet kunnen zeggen. Ik was al in paniek geraakt van zestig namen, raakte nog veel meer in paniek door ‘t besef dat het dus nog heel lang zou duren voor we een naam hadden gekozen en barstte daarom maar in tranen uit.
De logica was ver te zoeken.
Tot ongeloof van vriendlief die zijn uiterste best deed om zijn lachen in te houden. ‘Eh, het komt wel goed? Het is maar een naam?’ probeerde hij nog. Dat viel niet in goede aarde. Compleet onredelijk viel ik uit. ‘Maar een naam is gewoon heel be-lange-rij-hij-hijk!’ hikte ik. Een waterval van tranen volgde. Vriendlief keek verbaasd toe. ‘What the fuck gebeurt hier?’ zag ik ‘m denken.
De man koos eieren voor zijn geld. Datzelfde weekend hadden we een naam gekozen. Wat zeg ik, zelfs twee.
Maar daarna was het hormonale gelazer nog lang niet afgelopen. Ik lag ‘s nachts wakker omdat de intaker van de Kraamzorg – vond ik dan – niet op tijd had gereageerd, ik kon maar geen besluit nemen of ik mij nou wel of niet op moest geven voor een zwangerschapscursus en overdag viel ik vriendlief weer lastig.
Dit maal met een discussie over een kast in de babykamer. Ooit hadden we in Stockholm een stoere kast in de vorm van een grachtenpand gespot. Die wilde ik nu kopen, maar vriendlief wilde hem zelf maken. Ook goed. Alleen kon hij – naar mijn smaak – niet precies zeggen wanneer hij nou écht kláár was met de kast. En met wanneer bedoelde ik een datum.
En niet zomaar een datum. Ik wilde een freaking deadline. Zo één waar ik ook tijdens mijn werk mee te maken krijgen. Deadlines scheppen helderheid, geven je een schop onder de kont en daar kan je naar toe werken. Over deadlines discussieer je niet. Die zijn er en daar hou je je aan. U begrijpt: Deadlines en ik begrijpen elkaar momenteel reuze goed.
Ik begreep vriendlief wat minder goed. Die gaf namelijk geen datum. ‘Joh, die kast is met een paar weekjes wel klaar,’ riep hij relaxed. Ik was helemaal niet relaxed. Ik was boos. En ja hoor, weer kwamen die tranen. ‘Maar ik wil die babykamer op tijd klaar hebben. Ik wil alles wassen en alles in orde maken,’ gilde ik in mijn nieuwe rol als onredelijk zwanger wijf. Een nee wilde ik niet horen. Die kreeg ik ook niet trouwens. ‘In juni is het wel klaar,’ was het enige antwoord.
Slim van hem, want begin juni gingen we op vakantie. En misschien was het de zon, het strand of Ibiza zelf, maar door de vakantie werd ik toch wat redelijker. Er viel iets meer met mij te praten. And lo and behold, na de vakantie zag de kast er redelijk klaar uit. Nog wat geverf hier en daar, het ding in elkaar zetten dan staat-ie heel mooi te wezen op de babykamer.
Opgelucht dat ik ben. En vriendlief ook. Er was waarschijnlijk een reden dat hij afgelopen week citeerde uit een boekje van Kluun (en ja, ik heb hem gedwongen om dat te lezen). Daarin stond dat mannen hun zwangere vrouwen áltijd gelijk moesten geven. ‘Meeveren’ moesten ze. En dat is precies wat de beste man nu doet. Nu ikzelf nog.
© 2012, Danielle. All rights reserved.
- Vond je deze blog wat? Dan zijn deze blogs ook misschien wat voor jou:
- Ontzwangeren (53.7%)
- Hilarische leestip: Aan de Amsterdamse Nachten (43.2%)
- Help, ik ben zwanger! (13.5%)
- Geen nesteldrang (13.5%)
- Prijsvraag: win een cadeaucheque t.w.v 50 euro van Babypark (Prijsvraag gesloten) (13.5%)
- Laat ik eens lekker zwanger zijn? Yeah right. (10.4%)
- Doemscenario (10.4%)
- De Partneravond (10.4%)
- Oh jee, Barbie's Baby komt eraan ... (10.4%)
- William en Kate krijgen een kind (10.4%)






Wow Daantje, wat een hormonen! En die arme Richard hahaha.
Ik probeer me maar niet eens voor te stellen hoe het een paar dagen na de bevalling met je gaat.
Is het veilig om nog n keer langs te komen voordat Muppet er is?
Dikke knuf, Marjon
Ja joh, die arme Ries. Heeft-ie opeens een relatie met een wandelend hormonenvat! En ja, ik verwacht wel dat het nog erger wordt. Een gewaarschuwd mensch telt voor twee
Gelukkig ben ik nog wel heel lief voor andere mensen, dus het is redelijk veilig om langs te komen. Zal je niet bekogelen met namenboeken en andere ongein! Hierbij plechtig beloofd. Even mailen over een datum?
Dikke knuf terug!