Iedereen heeft een aantal dingen in deze wereld waar-ie een godsgloeiende hekel aan heeft. Ik heb dat met intake-gesprekken. Maakt niet uit of het voor de dokter of een sportschool is, maar ik ontkom d’r nooit aan. Ook niet bij de sportschool in Friesland waar ik mij voor aangemeld had. Voordat je mocht losgaan op de apparaten, moest je eerst een intake-gesprek ondergaan. Wat zeg ik? Wel drie.
Tijdens het kennismakingsgesprek met iemand van de sportschool de eerste keer leek me dat nog niet eens zo erg. Maar ik was net herstellende van een infectie en was al lang blij dat ik weer kon lopen, fietsen en praten. En gut, dat intake-gesprek was pas maandag, dat duurde nog dááágen.
Maar zoals dat altijd gaat, gingen die dagen toch echt verrekt snel voorbij en moest ik gisteren toch echt naar dat intake-gesprek. Met lood in de schoenen, dat kan ik U wel vertellen. Ik heb namelijk best een trauma overgehouden aan mijn eerste intake-gesprek op een sportschool in Amsterdam. Daar moest ik allerlei warming-up oefeningen leren én zo’n vetmeetapparaat voor me houden om mijn vetpercentage te meten. En ondanks dat ik niet de allerdikte persoon ben op deze planeet, was dat niet fijn. Confronterend ook.
Beelden van zo’n apparaat doemden alweer voor mijn geestesoog op terwijl ik naar de sportschool in Sneek fietste. Ook hadden ze tijdens mijn kennismakingsgesprek verteld dat ze een speciaal programma voor me gingen samenstellen op een speciale sleutel met je eigen programma die je overal in kon pluggen. Maar omdat ik in een proefmaand zit, kon ik alleen deze maand een leensleutel krijgen van de sportschool.
Horrorscenario’s doemden op in mijn hoofd. Dat doe ik namelijk. Stresskip die ik ben. Wat nou als die leensleutel niet werkte, wat nou als mijn conditie even shit bleek te zijn als dat van een negentigjarige of wat als ik a la Bridget Jones weer van een apparaat af flikkerde? Ik bedoel maar. Ik belde van schrik mijn moeder of ik na de sportsessie bij haar een troostend koppie thee mocht gaan drinken.
Dat mocht.
Enigszins gerustgesteld ging ik die sportschool binnen en herhaalde het mantra ‘dat alles best goed zou komen.’ Gelukkig schoot bij de infobalie een sportinstructeur te hulp die me voor het gemak nog eens alles uitlegde, een leensleutel gaf en me naar de kleedkamer dirigeerde.
Ging best goed. Was niet druk. En d’r waren overwegend oudere vrouwen die meteen opmerkingen maakten over ‘mijn smalle figuur.’ Best aardig van ze. Intussen was dat smalle figuur mooi wel aan het worstelen met de locker die maar niet dicht wilde. ‘Ik gebruik ‘m nooit,’ zei een vrouw op een bankje hoofdschuddend. ‘Heb er de eerste keer een half uur over gedaan om de spullen eruit te krijgen. Sindsdien leg ik ze hier neer.’ Oh. En dus restte me niets anders dan weer terug te keren naar de instructeur. ‘Goed aandrukken. Ze zijn nogal zinning.’ Ah. Je meent het. Hielp niets natuurlijk. ‘Zal ik je even helpen,’ zei een lieve mevrouw die nog druipend van het water uit de douche kwam. Binnen tien seconden had ze m’n locker dicht.
De schat.
Kon ik weer terug naar de nieuwe instructrice die de andere instructeur had afgelost. Ik stamelde iets over infectie en slechte conditie en intussen maakte zij de eerste balans op. ‘Maar dan stuur ik je eerst terug naar de kleedkamer om een hartslagmeter om je borstkas te bevestigen,’ en voor ik het wist kreeg ik zo’n ding in de handen gedrukt.
Ik had geen idee wat ik er mee moest.
Gelukkig was ’t niet druk in de kleedkamer, dus kon ik er fijn mee in de weer. Niet dat het veel hielp toen ik eenmaal op de crossfiets zat ( de loopband wist ik zorgvuldig te vermijden), want het ding zat verkeerd om. Had ik toch weer die instructrice nodig om dat onding goed te bevestigen.
Voelde me net weer zes.
Maar daarna moest ik trappen op die fiets om eens te kijken hoe ’t met mijn conditie was gesteld. Want dat doen ze dus tijdens zo’n vermalijde intake. Deed ’t rustig aan. En dat ging best aardig. Wist zelfs na afloop mijn leensleutel eruit te wrikken en te overhandigen aan de instructrice. ‘Oh, dat is helemaal niet slecht,’ zei ze terwijl ze mijn resultaten op het reuze geavanceerde computerscherm bekeek. En verrek, daar stond het; mijn conditie was goed. Die verrekte infectie had m’n spieren toch niet helemaal naar de mallemoer geholpen.
Dus daarna mocht ik een kwartier zweten op de crosstrainer, plugde ik die leensleutel er weer uit, want daarna moest ik op het roeiapparaat om het vervolgens af te maken op de Wave. Een zijwaartste step die een absolute hel is voor je binnenbenen. Maar helpen deed het wel. Denk ik. En hoewel ik niet lekker soepeltjes stond te trappen op die Wave, viel ik er mooi niet van af en was ik zomaar een uur verder.
‘Zullen we maar meteen even een tweede afspraak maken,’ lachtte de instructrice die mijn gestuntel op de Wave wel vermakelijk vond. En dat deed ik. Op donderdag, overmorgen that is, heb ik m’n tweede intake-gsprek. Zonder vetmeetapparaat of rare oefeningen, maar met een programma op een leensleutel. Zo overleef zelfs ik best een intake-gesprek. Nu nog vriendjes worden met de locker.
Ik ben trots op u! Volgende week maar even rondje Sneek hardlopen?! Maar 10 km, eitje!!!
Hahaha, zonder dollen, ik ben blij dat het allemaal meeviel en je lekker weer kunt gaan sproten in good old Snits. We bellen!
Leuk blogje!! Ik krijg er zowaar zin van in sporten, en, ik ben eigenlijk heel benieuwd welke sportschool je dan heen gaat? Zou er ook een filiaal van in Amsterdam zijn?
@Tha Jesz Ja hoor, ik hol zo een rondje mee 😉 Not.
Nee, hard lopen is niet bepaald m’n sterkste punt. Laat mij maar losgaan op die apparaten!
Enne, ik bel je vanavond.
@Pieter Dank U, dank U. Sporten is ook stiekem best een aardige bezigheid. Ik zit nu bij Optisport in Sneek. (http://www.optisporthealthclub.nl/sneek/).
In 020 beheert Optisport het Sloterparkzwembad en het Bijlmer Sportcentrum. Beiden zijn – volgens mij – niet echt bij jou in de buurt …