nov 26, 2010

Posted by in Personal Life | 2 Comments

Visit to Paleis Soestdijk

‘Heb jij zin om met mij naar Paleis Soestdijk te gaan, want het duurt nog even en dan gaat het dicht,’  vroeg mijn moeder een maandje of wat geleden aan de andere kant van de lijn. Dat wilde ik wel. Ik ben namelijk dol op paleizen. En wat is er nu onderhoudender dan die te bekijken met je moeder?

Moeders en ik houden namelijk van paleizen, prinsen, prinsessen en allerlei gezellige koninklijke dingen die erbij horen. Je kunt ons een dag opsluiten in Schonbrünn,  uren laten ronddwalen in Versailles of lekker een Koninklijk Huwelijk laten kijken, wij krijgen er geen genoeg van. Vooral niet als we tijdens of er na een wit wijntje kunnen drinken.  Mijn oma -god hebbe d’r fashionable ziel – had d’r ook al last van. Zal ‘t er maar op houden dat ‘t genetisch bepaald is.

En alsof de duvel ermee speelt, hebben we alle drie een man ontmoet die niet zoveel van dat koningshuis moet hebben. Mijn opa wordt er niet wild van, mijn vader zeker niet en vriendlief is nog net geen republikein. En dat zit er maar één ding op: Met elkaar dan maar een paleis bezoeken. Met z’n tweeën nu dan.

In dit geval Paleis Soestdijk. Tot groot plezier van mijn moeder die zich als jong meisjes altijd afvroeg wat er gebeurde als de deuren op ‘t bordes gesloten werden na ‘t defilé op Koninginnedag. Want dat had je nog tot 1987, het defilé. Stond de Koninklijke Familie bijzonder chique op een bordes van Paleis Soestdijk op Koninginnedag te staren naar het klootjesvolk dat aan hen voorbijtrok. Af en toe nam een van die familie eens een bloemetje in ontvangst, sommige zwaaide nog even en andere jongere leden als Willem-Alexander waren alleen maar aan ‘t klieren.

‘Er was geen moer aan,’ is ‘t oordeel van mijn vader dan ook als je ‘m ooit vraagt naar zijn mening over het defilé. Mijn moeder daarentegen was uitermate geïntrigeerd door de familie en ‘t paleis. Want dat bordes en die openslaande deuren? Die zag je wel. Maar wat daarachter zat? Dat wist maar een select gezelschap.

Dat was zo tot 2004. In dat jaar stierf de laatste hoofdbewoner van ‘t paleis, de illustere prins Bernhard. Een charmante charlatan met minstens twee bastaard kinderen die door zijn overlijden een paleis zonder functie achter liet. De rest van de familie woonde inmiddels al op andere plaatsen. Niet eens per se paleizen.

Dat zorgde voor de volgende vraag: Wat Gaan We In Godsnaam Doen Met Dat Verouderde Paleis Dat Soestdijk Heet? Na wat gesteggel tussen overheid en koninklijke familie heen en weer kwamen ze warempel tot een tijdelijke oplossing: Het kon opengesteld worden voor publiek. En nadat de familie zo slim was geweest de meeste persoonlijke boedel eruit te halen, kon de pret beginnen voor het plebs.

Voor mensen als mijn moeder en ik.

En waarschijnlijk keken alle mensen  die het defilé hebben meegemaakt – net als mijn moeder – hun ogen uit. Mijn moeder betrapte ik zelfs op een klein huppeltje in ‘t paleis. Ze glunderde van de pret. ‘Dit is toch wel heel leuk dat we hier zijn,’ grijnsde ze. Ik kon het alleen maar beamen. Want zoals ik al zei, ik hou van paleizen in al hun pracht en praal.

Want een mooi paleis is ‘t van de buitenkant. Een statig wit gebouw met aan weerszijden twee prachtige gebogen columngebouwen met als resultaat een paleis dat eruit ziet als een heldere witte halve cirkel in een groen uitgestrekt park. Het was dat de auto’s zo hoorbaar dichtbij over de weg zoefden, maar anders was ‘t helemaal een plaatje.

De rondleiding was niet zo’n plaatje. Het was -ehm- nogal beperkt. Zowel in informatie als in de kamers. Niet dat we ‘t de gids kwalijk namen. Neuh, dat was een wijffie met een Duits accent en een kekke rode bril die zich aan de droge feiten moest houden. En nee, we hebben niets gehoord over de Lockheed affaire of Greet Hofmans, wel hebben we de officiële vertrekken gezien ( Alleen nog ‘t aanzien waard dankzij de invloed van die Anna Paulowna) en een paar leeg gehaalde privé-vertrekken van Juliaantje en Bernhard.

Met als hoogtepunt? ‘Juliana vond al die officieel ingerichte vertrekken verschrikkelijk,’ zo vertelde de gids. ‘En dus besloot ze haar eigen vertrekken naar haar eigen smaak in te richten. Dat was in 1937.’ En ik kan U vertellen mensen, een oorlog heeft er niets aan kunnen veranderen dat ann0 2010 de privé-eetkamer van Juliana er nog steeds uit zag als in 1937. Want Dat Was Haar Smaak.

Het is maar goed dat toen al de rol van de monarch beperkt was in ‘t politieke besluitvormingsproces.

Het was nu retro. Zo retro dat het lelijk was. En dan te bedenken dat die Oranjes daar gegeten hebben tot pak ‘m beet 2000? God, mijn oma wijlen zou zich nu omdraaien in haar graf. Nee, enthousiast werden we daar niet van. En toch was ‘t aardig om in de oude studeerkamers van Juul en Bernhard kunnen kijken. Al voelde het niet als Versailles. Het was toch een beetje beetje povertjes.  ’Als een Amerikaan dit zou zien, zou-ie best teleurgesteld het pand verlaten,’ meldde ik aan mijn moeder nadat we na afloop een fijn restaurant in Baarn hadden gevonden.

Want even tussendoor; we wilden graag eten in ‘t bijbehorende restaurant van ‘t paleis, ‘De Oranjerie.’ En nadat we voor de rondleiding een kopje thee daar hadden gedronken, vroeg moederlief of we konden reserveren voor de lunch ná de rondleidng. Want er waren een aantal tafeltjes met daarop het bordje ‘gereserveerd.’  ’Geen probleem hoor,’ zei ‘t meisje achter de bar. ‘Dat hebben we alleen om te zorgen dat die tafeltjes dan even vrij blijven voor de lunch.’

En dus kwamen mijn moederlief en ik anderhalf uur later na de rondleiding weer naar ‘t restaurant. En daar zagen we nog steeds tafeltjes met ‘t bordje ‘gereserveerd.’ ‘Ik ga toch nog even vragen,’ riep moeders en wandelde naar de bar waar ‘t zelfde meisje stond. Die gaf geen enige blijk van herkenning.  ’We kunnen toch aan zo’n tafeltje met ‘gereserveerd’ gaan zitten?’ vroeg moeders?  ’Neuhhh, die zijn allemaal gereserveerd!’ zei het meisje. Met een holle blik. ‘Daar kunt U wel zitten,’ en wees een klein rond tafeltje in het bargedeelte aan. Dat was een stap te ver. ‘Nee, dan kijken we wel even verder,’ antwoordde moeders. En dat deden we.

Want in een restaurant zitten waar mensen werken zonder hersens en uitblinken in de domme holle blik? Dat doen we niet. En dus belanden we tien minuten daarna in een fijn onbekommerd restaurant in Baarn waar je overal mocht gaan zitten,  je wijn in een karaf kon bestellen en ze ook nog eens lekker eten serveerden ook.

Het was een perfecte afsluiting van een heerlijke dag. Het paleis was beeldig, het weer zonnig en het eten lekker. Onze mannen zouden d’r koninklijk gezind van moeten worden. En zolang ze dat niet doen? Dan knappen mijn moeder en ik dat koninklijke werk wel voor ze op.

Wil je nog een rondleiding? Dat wordt moeilijk. Paleis Soestdijk is tot december 2010 open en nu al uitverkocht. Hou de pers in de gaten. Misschien komt d’r een andere bestemming voor.

© 2010, danielle. All rights reserved.

  1. Lidy says:

    Het was, indeed, een prachtige dag!
    Toch fijn om nu te weten wat er achter de bordes deuren van Paleis Soestdijk schuilt.
    Het grote geheim van Soestdijk?:
    De half circelvormige wijnkelder… gebouwd onder het grote bordes aan de voorkant van het paleis.

  2. Jaaaaa, die Prins Bernhard was toch maar een boefje met die wijnkelder onder ‘t bordes!

Leave a Reply