Egypte: GeQuatstraald

0 comments

Reizen | 02/04/2010

Voor aanvang van de vakantie vertelde ik nog dapper aan vriendlief dat we best een ritje konden maken door de woestijn. Iemand die zoveel van snelheid houdt als vriendlief moet namelijk ook wat te doen hebben. Helaas ben ik niet zo’n snelheidsduivel. En daarom stond ik stiekem niet te juichen toen er toch een quattrip werd geboekt.

Nu moet U begrijpen dat ik vooraf die mededeling deed aan vriendlief met de bedoeling dat hij lekker ging racen in de woestijn. En dat ik naast ‘m in een buggy of jeep ging zitten. Of erachter of desnoods vanaf een afstand zou toekijken. Wat ik al zei, ik hou niet van dingen besturen. En al helemaal niet als het snel gaat. D’r schuilt nu eenmaal geen Michael Schumacher in me.

De tweede dag in het hotel ging dát idee de mist in. D’r was namelijk een kantoor met jongens die quattripjes aan de man probeerden te brengen. En in die man zagen ze vriendlief die op zijn beurt weer enthousiast reageerde. ‘Leuk man,’ riep hij met een grote grijns. ‘Joh, zo’n quat is hartstikke makkelijk te besturen. Het gaat allemaal automatisch. Je kunt toch ook autorijden’?’ Ik knikte zachtjes. Inderdaad, ooit had ik een rijbewijs gehaald, maar achter het stuur kruipen van een auto? I don’t think so. Laat staan een quat.

Voorzichtig informeerde ik bij de jongen van de quats of ik misschien ook achterop mocht. Dat mocht. ‘Maar het was zo makkelijk, dat hoefde eigenlijk niet,’ ging de beste man door. Eventjes dacht ik na en besloot het toch te doen. Ik was toch een stoere meid? Toch? Ik durfde toch ook best veel? Toch? Maar intussen huiverde ik bij de gedachte dat ik door de woestijn moest rijden met zo’n onding op hobbelige karrensporen met stenen.

Vriendlief glunderde juist bij de gedachte dat ‘ie kon crossen door een kilometerlange zandbak. ‘Joh, kan jij makkelijk. Eerst proberen. Je hebt het nog nooit gedaan.’ Daar had hij een punt mee, maar intussen werd de steen in m’n maag steeds groter …

Verwoed probeerde ik er de volgende dag niet aan te denken, maar dat nam niet weg dat de volgende ochtend toch echt aanbrak. 25 kilometer heen en terug op een quat in de woestijn. Alleen om er aan te denken maakte me gek. ‘Ik ben een beetje misselijk,’ piepte ik nog tegen vriendlief die morgen. Maar net als bij mijn vroegere docenten op de middelbare school trapte vriendlief mooi niet in dat smoesje. ‘Joh, ‘t valt allemaal mee.’

Eenmaal in het busje richting de plaats waar we de quats op moesten, werd ik steeds misselijker. De aanblik van de quats, in feite lelijke kleine tractors, beurde me ook niet echt op. De verklaring die we voor die tijd moesten tekenen waarin werd gezegd dat de organisatie niet verantwoordelijk was voor enig letsel al helemaal niet. Het enige lichtpuntje was een Palestijnse sjaal die om onze hoofd gebonden werd tegen ‘t zand. Nu wist ik eindelijk na al die jaren hoe mensen als Yasser Arafat dat voor elkaar kregen. Eens een modemeisje, altijd een modemeisje.

En na die gevreesde handtekening, was het tijd om na een korte instructie op de quat te gaan zitten. Dapper slingerde ik mijn benen om het ding. Het was haat op het eerste gezicht. Tijdens het maken van een foto probeerde ik nog te lachen, maar meer als een boerin-met-arafatsjaal-om-met-kiespijn. Vervolgens gaf de instructeur het sein om te vertrekken. Vriendlief ging d’r als eerste achteraan. En ik ook, terwijl ik het mantra ‘je kunt het, je kunt het, je kunt het’ herhaalde.

Nou, ik kon het niet.

Bij het eerste de beste bochtje vloog ik rechtdoor. ‘Are you alright’ vroegen de twee groepsleiders. ‘I don’t want to do this,’ gilde ik bijna uit. ‘You want to go to your husband?’ zei één van de twee die me overduidelijk snapte. ‘Yesssssss,’ antwoordde ik op opgelucht. Wat nou stoere meid, wat nou feminist, ik wilde gewoon achterop zitten. Dan maar niet stoer.

Vriendlief wist van een afstandje precies hoe laat het was en kwam naar me toegereden. ‘Je hebt het op z’n minst geprobeerd,’ grinnikte de beste man, terwijl ik achterop klom. En dat zat een stuk beter. Ook al ging vriendlief heel hard. Maar daar heb ik niet over geklaagd. Ook niet over de lekke band die we opliepen toen vriendlief uittestte wat de maximumsnelheid was van zo’n quat. Ook al werden we compleet gezandstraald daar in de woestijn. Je krijgt niet voor niets zo’n sjaal omgebonden. Zo stoer was ik dan weer wel.

Maar gezellig was het, daar achterop dat ding. Vriendlief reed dat het een lieve lust was, tot plezier van de excursieleiders en de rest van de groep.  Zeker toen ‘ie nog wat kunstjes ging vertonen. Helaas liep het voor sommige leden van de groep wat minder gezellig af. Een paar haakten halverwege af omdat ze het te eng vonden, anderen omdat het te vermoeiend was en weer anderen omdat ze van hun quat afknalden. Ofwel; gequatstraald in alle opzichten.

Dat is ons niet overkomen. Vriendlief was zo blij als een kind. Ik ook. Vriendlief mag volgend jaar weer op de quat. Op één voorwaarde; ik ga achterop. Dat vind ik stoer genoeg.

Lees ook:
>> Walk like an Egyptian
>> Terug uit Egypte
>> Egypte: German’s Paradise
>> Egypte: De Turkse Hammam

Wilt U weten hoe vriendlief tekeer ging op de quat? Kijk hier dan maar even naar:

© 2010, Danielle. All rights reserved.

Leave a Reply